20 Maart 2014.

                    Verkiezingen voorbij.
              
               Op 19 maart 2014 zijn de lokale verkiezingen weer gehouden. De uitslag laat een verschuiving zien in het politieke landschap. D66 is ook hier
               als eerste uit de bus gekomen met zes zetels. De VVD heeft -overigens volkomen terecht- verlies geleden. Beter de Bilt is de grote winnaar
               geworden.

               Het wordt nu interessant om te zien wat de gevestigde orde gaat doen, hebben zij respect voor de keizers en betrekken zij Beter
               de Bilt bij de coalitievorming of wordt het zelfde spel van acht jaar geleden weer gespeeld, waarbij de VVD ook werd afgerekend en de SP als
               winnaar uit de bus kwam? Wat speelde er ook al weer? De VVD was de grote verliezer, maar in hun oneindige minachting naar de kiezers
               besloten zij om toch in het college te gaan en de SP aan de kant te schuiven. Het argument dat men hier gebruikte was dat de SP geen ervaring
               had, dus maar beter in de oppositie kon gaan. De grote vraag is nu of dit wordt herhaald?

               Kijken wij naar de winst van D66, dan hoeven wij hier als burgers niet blij mee te zijn, want hoogst waarschijnlijk blijft de heer Kamminga dan
 
               wethouder van financiën, iets waar de Bilt absoluut niet op zit te wachten. Mocht dit het geval zijn, dan is het te hopen dat er van hogerhand snel
               wordt ingegrepen en de gemeente onder toezicht wordt gesteld. Gebeurt dit niet, dan is het risico heel groot aanwezig dat de gemeente de Bilt in
               de toekomst onbetaalbaar gaat worden voor zijn of haar inwoners.

               Door het financiële wanbeleid van de laatste 12 jaar is de buffer van de gemeente de Bilt schrikbarend afgenomen. De reserves zijn in deze periode
               met meer dan € 40.000.000,- gedaald. Men heeft namelijk gedurende deze periode de tekorten op de exploitatie aangevuld met bijdragen uit de
               reserve om op deze manier de exploitatie boekhoudkundig kloppend te maken.

               Dit is aanhankelijk gemaakt door Ebbe Rost van Tonningen in de raad, waarna ondergetekende naar aanleiding van een artikel in De Vierklank
               een ingezonden brief heeft gestuurd waarin de verspilling van € 19.000.000,- alleen al in 2004 door hem aan de kaak werd gesteld.
               De wethouder, de heer Kamminga deed naar aanleiding van dit verhaal de uitspraak dat hij zich gekrenkt voelde en stelde dat als hij ondernemer
               was geweest, hij aangifte had gedaan wegens laster.

               Echter als de heer Kamminga ondernemer was geweest, was deze allang failliet geweest, want ieder kind weet dat je als ondernemer je eigen
               vermogen moet opbouwen en niet opeten.

               Verder heeft het vorige college duidelijk laten zien waar hun prioriteiten lagen. het verdient absoluut geen schoonheidsprijs wat dit college tot
               stand -of juist niet- heeft gebracht. Kijk naar het fiasco Larenstein, het Lichtruim, de Kwinkelier, het stationsplan, allen uitblinkers van grootstedelijke 
               waanzin en geldverspilling of zoals bij de Kwinkelier besluiteloosheid. Overal waar men kans zag werden projecten opgezet die niets bijdragen aan
               de leefbaarheid, maar wel -ook mede door alle miljoenen verslindende onderzoeken- grote gaten slaan in de exploitatie van de gemeente. Maar een
               goed en bruikbaar zwembad, waar men vanuit het zwembad ook nog eens met een werkbaar plan bij de gemeente komt blinkt men weer uit in
               besluiteloosheid, en huurt men een onderzoeksbureau in om -hoe kan het ook anders- weer een onderzoek uit te laten voeren, wat uiteindelijk
               de burger weer veel geld kost.

               De politici van het afgelopen decennia hebben altijd een brevet van onvermogen afgegeven door bijna een onderzoeksbureau in te huren om een
               onderzoeksbureau te onderzoeken. Het voordeel voor een wethouder is hierbij dat als men verantwoording af moet leggen men zich achter zo'n
               lopend onderzoek kan verschuilen, terwijl men weet als het rapport er is dit direct de lade in kan omdat het inmiddels zwaar achterhaald is.

               In mijn ingezonden brief in de Vierklank gaf ik dan ook aan dat het makkelijk inkopen en boekhouden is met andermans geld. (lees belasting
               geld.)

               Selvester van den Hoek
 

                    10 april 2013

               Opinie.

               Afgelopen week is het blad “Wonen en Welzijn weer bij de huurders van de SSW in de brievenbus gevallen.

               In het eerste artikel “Bezuinigingen dwingen de SSW tot maatregelen” gaat de SSW in op de veranderende situatie met de huurverhoging.

               In dit artikel legt de SSW uit waarom de huur extra wordt verhoogd. Het verhaal klopt, echter zet de SSW zich heel sterk in de slachtoffer rol.

               Meerdere Nederlandse corporaties verzetten zich tegen deze door de overheid opgelegde maatregel. De directeur van een corporatie in
               Veenendaal klaagt zelfs de staat aan. Hij stelt hier in, en overigens volkomen terecht, dat de huidige huurverhoging een farce is omdat de  
               belastingdienst nog niet van alle huurders de gegevens kan verstrekken. Hierin wordt er dan een ongelijke huurverhoging aangeboden. Dat
               wil zeggen dat de huurders waarvan de belastingdienst bijtijds de gegevens aanlevert en de corporatie voor 1 mei 2013 de brief bij de huurder
               op de mat heeft liggen de huurverhoging krijgen. Huurders waarvan de gegevens niet bekend zijn bij de belastingdienst (in het geval van
               Veenendaal 17%) of de brief niet op tijd krijgen, hierdoor blijft de corporatie in gebreke, krijgen geen huurverhoging. Dit is dus een ongelijkheid
               door het geklungel van onze overheid gecreëerd.

               Dat men uiteindelijk de rekening moet betalen als corporatie is onontkoombaar, maar men kan zich er in beginsel wel tegen verzetten.

               Ook zal het verhogen van de huur naar inkomen het scheef wonen niet tegen gaan. Mensen met een dubbel inkomen boven de € 43.000,00
               inkomen zullen de 6,5% niet echt merken. Het is dan ook een doekje voor het bloeden voor de corporaties die voortaan een deel van de
               inkomsten als belasting aan Rupsje Nooit Genoeg den Haag moeten afdragen.

               De middeninkomens worden geconfronteerd met een verhoging van 4,5%, velen van hen zijn te groot voor servet en te klein voor tafellaken.
               Velen onder hen zullen minder te besteden hebben, maar kunnen niet verhuizen omdat zij dan in de vrije sector terecht komen, waar men
               dan de huur helemaal niet meer kan betalen.

               Wat nog het meest asociaal is, is de huurverhoging voor inkomens onder de € 33.614,00. Veel van deze mensen zitten niet voor niets in
               een corporatiewoning. Zij kunnen in deze tijd vaak net de eindjes aan elkaar knopen, zij krijgen even 4% huurverhoging voor de kiezen.

               Minister Stef Blok, niet gehinderd door enige kennis van zaken, maakt op deze wijze het huren in de toekomst onbetaalbaar en de sociale
               huursector kapot. Ook weet deze minister (ik hoop tenminste dat hij dat verstand bezit) dat inkomensafhankelijke huurverhoging niet gaat
               werken tegen scheef wonen.

               Ook dragen de ze maatregelen niet bij aan de investeringen van corporaties in nieuwe sociale woningbouw.

               Wil men de woningmarkt echt vlot trekken en wonen voor een ieder betaalbaar maken, dan zal men geen huurverhoging naar inkomen
               moeten invoeren, maar HUUR NAAR INKOMEN.

               Er zal dan een vast percentage van het inkomen worden besteed aan huur. Vroeger had men een stelregel dat 1/3 van het inkomen was
               bestemd voor het wonen, 1/3 van het inkomen om te leven en 1/3 van het inkomen om te sparen. Dit is echter al lang achterhaald. Als de
               overheid een vast percentage invoert van bijvoorbeeld 20% voor de huur, dan komt de woningmarkt van zelf op gang en zal het scheef wonen
               zich vanzelf oplossen. Hieronder zal ik dit verder uitleggen aan de hand van twee rekenvoorbeelden.

               Uitgaand van een huur van 20% van het inkomen (dit kan dus ook meer of minder zijn) zal iemand met een inkomen van € 33.614,00 als
               men hier 25% van neemt, € 8403,50 per jaar aan huur kwijt zijn. Deelt men deze € 6722,80 door 12 maanden, dan komt met uit op een huur
               van € 560,00 per maand.

               Komt deze huurder uiteindelijk in de bijstand , dan zal hij 20% van het bijstandsinkomen afdragen, wat inhoud dat hij niet gedwongen hoeft
               te verhuizen omdat hij de huur niet meer kan betalen.

               Kijken we naar een zelfde woning, waar twee verdieners wonen met een inkomen van € 43.000.00 en laten we hier de zelfde rekensom op
               los, komen we op een huur van €  716,65 per maand. Let wel, deze bewoners zitten in een zelfde woning als de huurders met de huur van
               € 560,00 per maand.

               Als het dan ook nog eens een oude woning betreft, zijn deze hogere inkomens wel bereid om te verhuizen. Zij zullen dan vaak kiezen voor
               een koopwoning, waardoor de koopmarkt uiteindelijk weer op gang komt.

               Het huren naar inkomen heeft meerder voordelen. Huurtoeslag kan verminderd, cq. afgeschaft worden. Wordt men werkeloos en komt men
               in een uitkeringssituatie terecht, dan komt men niet in de financiële problemen, want met het omlaag gaan van het inkomen, gaat ook de
               huur naar beneden. Uiteindelijk gedwongen verhuizen of de woning uitgezet worden is dan niet meer aan de orde.

               Echter zal het waarschijnlijk nog vele jaren duren voor dat we weer eens een minister op woningzaken krijgen die verstand van zaken heeft.
               De laatste goede minister was minister Pieter Winsemius. Dit was tussen 1982 en 1986, dus inmiddels 27 jaar geleden. Als we dus pech
               hebben kan het maar zo 27 jaar duren voor we weer een minister met verstand van zaken op dit departement krijgen.

               Dan kan ik u nu al vertellen dat tegen die tijd wij allemaal weer in houten hutjes leven en dat de ooit zo goed opgezette sociale woningbouw
               niet meer bestaat.

               Selvester van den Hoek